إِلَىٰ فِرْعَوْنَ وَهَامَانَ وَقَارُونَ فَقَالُوا سَاحِرٌ كَذَّابٌ
Keyzer
Tot Pharao, en Haman, en Karoen, en zij zeiden: Hij is een toovenaar en een leugenaar.
Leemhuis
naar Fir'aun, Hamaan en Karoen. Maar zij zeiden: "Een leugenachtige tovenaar!"
Siregar
Naar Fir'aun en Hâmân en Qârôen en zij zeiden: "(Hij is) een tovenaar, een leugenaar."
: