فَمَالِ الَّذِينَ كَفَرُوا قِبَلَكَ مُهْطِعِينَ
Keyzer
Wat scheelt de ongeloovigen, dat zij voor u uitgaan
Leemhuis
Wat hebben zij die ongelovig zijn toch dat zij op jou toe rennen,
Siregar
Wat is er met degenen die niet geloven, dat zij zich naar jou haasten?
: