يُوفُونَ بِالنَّذْرِ وَيَخَافُونَ يَوْمًا كَانَ شَرُّهُ مُسْتَطِيرًا
Keyzer
Deze vervullen hunne gelofte en vreezen den dag, waarvan rampen zich zeer ver uitstrekken.
Leemhuis
Zij vervullen hun geloften en zijn bang voor een dag waarvan het kwaad om zich heen grijpt.
Siregar
Zij vervulden hun geloften. En zij vreesden een Dag waarvan het kwaad verschrikkelijk is.
: